ALGARVE 

2024

 

In 2001 was ik voor het eerst in de Algarve en sindsdien is Portugal één van mijn favoriete landen in Europa.

Destijds was ik vooral onder de indruk van de fantastische kustlijn en de bizar gevormde rotsformaties in het westen, wat met recht een natuurwonder genoemd mag worden. Deze indrukwekkende steile kust waar de sterke zeestroming in de loop van de tijd sprookjesachtige baaien met grotten en surrealistisch aandoende sculpturen in vele kleurschakeringen heeft doen ontstaan in de kalksteenrotsen. Dit door wind en golven ontstane vormenspel van inhammen, pieken, bogen en torens die oprijzen uit een smaragdblauwe oceaan is op zich al genoeg reden om weer eens een vliegticket die kant op te boeken. Tel daarbij op de zonnige vooruitzichten met de gemoedelijke Portugese sfeer en historische stadjes. We kunnen niet wachten op de hernieuwde kennismaking om dat alles weer met eigen ogen te bewonderen.

We vliegen vanuit Eindhoven met Ryanair naar Faro, waar we een taxi nemen naar Albufeira. Liever zouden we met de bus gaan, maar die rijden buiten het seizoen helaas niet erg frequent en we kiezen nu even voor een snelle manier om op onze bestemming aan te komen.

In de meest toeristische badplaats van heel Portugal hebben we een overnachtingsadresje gevonden. Niet omdat we zonodig de massa willen opzoeken, maar uit praktisch oogpunt is het wel handig om hier te beginnen met onze hernieuwde ontdekkingstocht door de rotsalgarve. We trekken verder rond met het openbaar vervoer en dat betekent dat we dus gebonden zijn aan de weinig flexibele dienstregelingen. Vele plaatsen zijn wel bereikbaar met de bus, maar toch zijn we beperkt tot maar een paar bussen per dag. Het is dus even aanpassen en puzzelen om overal te kunnen komen waar we willen zijn.

Misschien kan Albufeira nu met het busstation onder handbereik toch een een goede, praktische locatie zijn om de verkenning door de Algarve te beginnen. Wellicht ligt er in het vissersplaatsje van weleer, dat ooit in handen was van de Moren en de Romeinen, toch ook nog wat cultuur verscholen in het oude centrum. Hopelijk kunnen we hier even genieten van het winterzonnetje en wat natuurschoon aan de lange kustlijn die voor Albufeira loopt met het gele zandstrand, de grillige kliffen en de mosterdkleurige ruige rotswanden vol spleten.

Maar na een onrustig nachtje in deze toeristenmetropool, zetten we eerst met de bus koers naar het westelijke deel van de Algarve.

Lagos

Na een bijna 2 uur durende busrit, ligt daar bij het verlaten van het busstations voor ons de marina van Lagos te schitteren.

Lagos is ook wel een echte zon, zee en strandbestemming, maar toch enigszins een uitzondering op de regel. Dat heeft het kustplaatsje te danken aan de combinatie van een rijke historie, de hippie-achtige sfeer en de oogverblindende stranden op loopafstand.

Altijd is Lagos een maritieme stad in hart en nieren gebleven. Het is eeuwig zonde dat niet alles uit de tijd voor de 18e eeuw bewaard is gebleven. Dat komt door de ernstige aardbeving die in 1755 meerdere delen van het land raakte en net als vele Portugeese plaatsen niet ongedeerd bleef. Sterker nog, het was het epicentrum van de beving. Een deel van de stad bleef gelukkig wel overeind staan. De herstelwerkzaamheden van de beschadigde en ingestorte gebouwen lieten echter lang op zich wachten. Als gevolg daarvan heeft de kustplaats nu een uniek karakter met architectuur uit meerdere periodes.

Vanaf het busstation lopen we naar de Avenida dos Descobrimentos, de door palmbomen geflankeerde boullevard langs de rivier de Bensafrim. De tegen de open zee beschutte rivier werd getemd om toegang tot de haven te krijgen. Chique witte jachten en verweerde vissersboten liggen zij aan zij in de moderne haven. 

We stuiten meteen op de standjes van bedrijven die boottochtjes naar de grotten en inhammen van Ponta da Piedade verzorgen.
Het lijkt ons wel een goed idee om onze reis door de Algarve meteen goed te beginnen met een boottochtje. We zijn toch niet in de laatste plaats hier om te genieten van die mooie rotskust.

 

Rondom het oude centrum staat nog een groot deel van de stadsmuur overeind, het imposante bouwwerk staat op resten van een nog oudere stadsmuur en heeft Lagos jaar en dag beschermd tegen piraten en andere schurken.

Tot enkele jaren terug kon je de stadsmuur beklimmen voor een wandeling op de muur. Dat moet een mooi uitzicht geweest zijn, maar helaas is de stadsmuur tegenwoordig niet meer toegankelijk. Dit is verpest door de toeristen die het nodig vonden om de muur te beschadigen door namen in de stenen te krassen, waarvoor de muur nu beschermd moet worden.

Tip: het stuk van de stadsmuur aan de Avenida dos Descobrimentos is een van de mooiste delen van de stadsmuur. Daar vind je ook het Castelo dos Governadores. Hoewel het kasteel nu is vernoemd naar de functie die het had als onderkomen van gouverneurs, is het ooit gebouwd door de Moren.

Als je de sfeer in Lagos zou samenvatten in één woord, dan is het wel ontspannen. Toen in de jaren '80 grote groepen hippies massaal uit Noord-Europa naar het zonnige zuiden afreisden, lieten ze een hele goede vibe achter die nog steeds voelbaar is.

Binnen de grenzen van de stadsmuren kun je urenlang door de gezellige steegjes wandelen. Of liever gezegd verdwalen, hoewel het oude centrum helemaal niet groot is. Want achter elke bocht ligt weer een mooie binnenplaats met kleurrijke bloemen of een schilderachtig pleintje met tegeltjes en mozaïeken verstopt.

Waar de panden van Lagos verfraaid zijn met mooi beschilderde azulejos, zijn de straten dan weer versierd met calcada portuguesa. Dat zijn typische zwart-witte mozaïeken waarop je, door de maritieme achtergrond van de stad, meestal taferelen uit de zeevaart terugziet.

De Portugese straatwerkjes bestaan ook vaak uit historische figuren en diverse vaste patronen. Vaak worden hiervoor watergolven gebruikt. Deze calcada Portuguesa vind je niet enkel in Portugal terug, maar ook in onder meer Brazilië en Macau. De voor deze mozaïeken gebruikte kleine steentjes zouden vervaardigd zijn door gedetineerden die opgesloten zaten in de gevangenis van Lissabon. Het aanleggen van de mozaïeken is erg arbeidsintensief, waardoor de ambacht ondertussen steeds minder wordt toegepast en uitgevoerd.

Aan de lange boulevard van Lagos bruist het altijd. Natuurlijk zijn de terrassen en kraampjes met souvenirs en handige strandspullen goed vertegenwoordigd. Al slenterend over de boulevard lopen we parallel aan de levendige jachthaven, de Marina de Lagos. Naast bontgekleurde vissersboten die in het water voor anker liggen, domineren hier vooral de luxe jachten uit alle uithoeken van de wereld. 

Aan het einde van de boulevard ligt nog een andere bezienswaardigheden: Forte da Ponta da Bandeira. Dit indrukwekkende fort ligt aan de haven waar de Bensafrim rivier de zee ontmoet. Al vanaf 1690 bood het bescherming aan de stad.

Van binnen is het fort ook de moeite waard, alleen de entree over de ophaalbrug is al leuk. Je kunt bij de kleine tentoonstelling alles leren over de ontdekkingsreizen.

Een van de torens is toegankelijk voor bezoekers en daar geniet je van een mooi uitzicht over de huizen en het water. Ook de kapel is een echte verrassing vanwege de versiering met prachtige tegeltjes.

Op het met fonteinen opgevrolijkte  Praça do Infante ontmoeten we de beroemde Hendrik de Zeevaarder. Zittend op een stoel met een grote klaphoed op zijn hoofd kijkt hij uit over het water van de haven, waar in het verleden zijn schepen het zeegat kozen.

Deze koningszoon en initiatiefnemer van de Portugese ontdekkingsreizen staat bekend als de enige zeevaarder die nauwelijk gevaren heeft. Hij voelde geen aandrang om verder zelf onbekende zeeën te gaan verkennen. Slechts eenmaal zou de toen 21-jarige infante Henrique voor de eerste en laatste keer aan boord van een schip zijn gegaan om het Noord-Afrikaanse Ceuta te veroveren. Dom Henriqe of prins Hendrik, deed verder zijn werk aan land, in Sagres. Hij ontwikkelde een navigatie opleiding en begon in Sagres een zeevaartschool. Het was niet zo gek dat Hendrik hier de kapiteins les gaf, want vanaf de Kaap zie je een eindeloze zee. Dit was het einde van de wereld, die destijds nog plat was.

Met deze geschiedenis is Portugal voor eens en voor altijd trots op de wereldkaart gezet, het zijn per slot van rekening de Portugezen geweest die deze landkaart hebben opgetekend met hun ontdekkingsreizen. 

Dat dit met veel leed en pijn gepaard is gegaan door de slavernij en uitbuiting van veel mensen vormen de keerzijde van alle rijkdom die deze reizen hebben voortgebracht. 

In Portugal verkeert de discussie over dit verleden nog in een verborgen, om niet te zeggen hypocriet stadium. Er wordt liever niet over gesproken en Hendrik wordt gezien als held. Terwijl de gouden eeuw, net als in Nederland, vooral dankzij de inkomsten van de slavenhandel tot stand is gekomen. 

Ik ben benieuwd wanneer het standbeeld vervangen zal worden door een monument ter herdenking van het slavenverleden. In de eerste plaats schijnt de beeltenis niet te kloppen en niet in de laatste plaats is hij de aanstichter geweest van de slavernij. Maar of ik ooit nog zal meemaken dat zijn standbeeld verwijderd wordt, betwijfel ik.

Onder de bogen van de overdekte galerij aan de andere kant van het plein op de Mercado de Escravos werd vanaf 1444 Europa's eerste slavenmarkt gehouden met uit Afrika aangevoerde slaven. Aanvankelijk was een gezonde jongeman tien paarden waard. Later werden slaven een 'massaproduct' en was dat bijna omgekeerd. 

Pas 300 jaar later was Portugal het eerste land dat de slavernij afschafte als onderdeel van de humanistische hervormingen van Marqués de Pombal.

 

Ponta da Piedade

In de haven kun je boottochtjes regelen langs de grillige kust, met halve en hele natuurlijke grotten en rotsen in allerlei rare diervormen, uitgesleten door de zee. Dat zien we wel zitten.

Door de historische vaarwateren van de Portugese zeevaarders varen we de beschutte haven uit, langs de Ponta da Piedade waar zich tussen de okergele rotsen kleine strandjes bevinden.

Eerst gaat het langs de vesting Pau, die sinds de 17e eeuw de haven beschermde tegen zeerovers uit Noord-Afrika. Na het fort verschijnt een kleine strook zand in beeld, die praia da Batata, het Aardappelstrand wordt genoemd. Niemand weet waarom.
Even later kom Praia do Pinhao in zicht. De gele zandstenen rotsen lijken dichter bij zee lichter van kleur. Het vormenspel van de door wind en golven gevormde natuurwonderen kent talloze variaties. Die rots daar lijkt toch beslist op een hoed en die andere is dat een beer of misschien meer een paard?
Na het ronden van een kleine kaap komt de Praia Dona Ana in zicht, die talloze ansichtkaarten siert dankzij het adembenemende spel van licht en schaduw. Donkere rotsen rijzen sprookjesachtig op uit zee, bijna te mooi om waar te zijn. 

Bij het volgend strand, praia do Camilo, hebben de rotsen een roodachtige tint. Twee kleine baaien zijn hier door een tunnel verbonden.

 

 

Op een keer had de hemel medelijden (piedade) met vissers die schipbreuk hadden gelenden en liet ze hier ongedeerd aan land spoelen.

Naar dat verhaal is Ponta da Piedade vernoemd. 
De kleurnuances van de zee zijn hier bijna onwerkelijk, van turkoois tot violet, van lichtblauw tot kobaltblauw. De gele zandstenen rotsen lijken jaarringen te hebben. Surrealistisch aandoende vingers, poorten, bogen, pieken en torens rijzen op uit de zee en vormen een fantastisch sprookjeslandschap. 

Alleen kleine bootjes kunnen door de smalle ingangen van de grotten varen. Afhankelijk van de lichtinval heeft het water in de grotten een bijna smaragdgroene kleur. 

De schommelende tocht lijkt wel door een sprookjesrijk te gaan.

 

Door erosie zijn er enorme holtes ontstaan in de rots en binnenin is er vaak een klein zandstrand. Wat opvalt zijn de prachtige kleuren die de grotten hebben. Van paars en groen onderaan tot geel en rood bovenin, de natuurlijke lichtinval maakt de ervaring extra speciaal  Het bootje vaart heel even de grotten in, een door de zee gebeeldhouwde kathedraal is wel heel bijzonder. De bestuurders zijn zeer vaardig. Soms denk je dat het onmogelijk is om een grot in te varen, maar dan lukt het toch. Er is wel een flink verschil tussen eb en vloed, in de middag als het vloed is zijn minder grotten bereikbaar omdat het water dan te hoog staat.

 

Het was bijzonder om vanaf zee de kust en de rotsen te ervaren. Maar het is ook leuk om een wandeling te maken naar deze Ponta da Piedade en deze spectaculaire kust van de andere kant te ervaren. Lopend over de kliffen ziet het uitzicht er weer heel anders uit en is het een andere beleving dan vanuit het bootje.

Vanaf het fort volgen we de hoofdweg bergopwaarts de stad uit naar Praia Dona Ana waar de rotsen eruit zien als versteende sponzen. Over de kliffen volgen we de route naar Ponta de Piedade.

De inhammen zijn qua schoonheid moeilijk te evenaren. De geologische en eroderende krachten die de rotsformaties hebben gevormd, hebben hier een kustlijn gecreëerd van okerkleurige en roestbruine kliffen, rotsen en bogen die lijken op de ruïnes van een fantasiekasteel. 

Vanaf de vuurtoren lopen langs de hele kustlijn paden met uitzicht op de schuimende zee eronder en met mijn hoogtevrees is dit soms een uitdaging. Vanaf de kliffen kun je naar de zeegrotten lopen, maar die wandeling over de rand van de kliffen kan gevaarlijk zijn. Geiten en wandelaars hebben de paden uitgesleten waar aardverschuivingen en verzakkingen voorkomen.

 

Het op elkaar botsen van de Afrikaanse en de Euraziatische continentale plaat zorgde voor het ontstaan van de kust van de Algarve.

Vervolgens vraten miljoenen jaren van erosie grillige grotten, bogen en andere vormen in de steile rotswanden langs de westkust, die uit lagen kalk- en zandsteen bestaan.

Silves

Even ten noorden van Lagoa, in het glooiende achterland aan de rand van de serra Monchique, ligt de oude stad Silves. 

Het stadje is vooral bekend van het rode kasteel dat op een heuvel is gebouwd, maar er is vast nog meer te ontdekken. 

De ligging van Sives, aan de voet van de bergketen, geven de stad een streepje voor. Deze bergketen in het westelijke deel van de Algarve is een beschermd natuurgebied. Ruige, vruchtbare landschappen met velden vol sinaasappelbomen omringen Silves. Het middeleeuwse stadje was zo'n duizend jaar geleden het middelpunt van de Arabische bezetting in dit gebied.

Silves is gelegen aan de Rio Arade die uitmondt in de Atlantische Oceaan bij het havenstadje Portimao. De goed bevaarbare rivier vormde vroeger een belangrijke handelsroute vanuit Afrika richting het binnenland van het Iberische Schiereiland. Silves fungeerde als handelsstad. Dat bracht veel rijkdom, welvaart en werkgelegenheid met zich mee voor de bewoners.

 

De uitstekend bewaarde en recentelijk gerenoveerde Portas da Cidade (stadspoort) is een van de drie stadspoorten van Silves die nog overeind staat. Je kan je inbeelden hoe de poortwachters vroeger de wacht hielden en gespuis probeerde buiten te houden.

Voor de ingang vind je een mooi betegelde plaza met een fontein en rondom wat cafés. Op de hoek van het plein staan wegwijzers die je helpen om de andere bezienswaardigheden te vinden.

 

 In de pittoreske straatjes van het historische centrum staan stijlvolle herenhuizen naast kleinere, kleurrijke woningen. Dit deel van de stad ligt vlakbij het kasteel op de heuvel, dus deins niet terug voor een paar steile straatjes. 

Tegenover het kasteel op het plein Largo de Sé staat de kathedraal Sé (Sé de Silves). Toen de Moren aan de macht waren in Silves, was dit een moskee. Later heeft er een verbouwing plaatsgevonden en zijn er elementen uit de Gotische en Barokke stijl toegevoegd.

Ondanks dat de binnenkant van de kathedraal in de loop der tijd een beetje vervallen is geraakt, vinden we het toch altijd de moeite waard om een kijkje te nemen. Helaas is dit niet mogelijk, de kerk is dicht.

Je kunt ze bijna niet missen als je door Silves slentert; het barst er van de ooievaarsnesten. Bovenop de hoge torens, op de daken van oude gebouwen of rondom het fort zoeken de vogels een veilige plek om hun nest zorgvuldig te bouwen. De Algarve is voor ooievaars een favoriete plek om te verblijven.

Het maakt niet uit van welke kant je aan komt rijden in de richting van Silves, het enorme kasteel zie je al in de verte verschijnen. Dit iconische bouwwerk van rood zandsteen is door de Moren neergezet op het hoogste punt van de stad. Ze heersten toen over Silves en omstreken en waren hiermee in staat om hun waardevolle grondgebied te verdedigen. Castelo dos Mouros betekent 'het kasteel van de Moren'. Het is een van de best bewaarde middeleeuwse forten in Portugal. Het kasteel heeft verschillende torens en poorten en is omgeven door imposante muren die een fraai uitzicht bieden over de stad en de omgeving. Het kasteel werd gebouwd met zandsteen en heeft prachtige versieringen en decoraties, waaronder Moorse bogen, beeldhouwwerken en tegels.
De muren van het fort staan nog steeds overeind, de binnenkant is echter vervallen en hiervan zijn alleen nog maar de fundamenten zichtbaar. Je kunt de oude muren beklimmen en vanuit deze muren de omgeving bekijken, voor minder dan € 3.00 ben je al binnen. Het uitzicht dat je hebt vanaf de oude muren is al genoeg reden om een kaartje te kopen. Je snapt direct het strategische nut van het fort, al is het tegenwoordig meer vanwege het prachtige uitzicht. Mooi ook zijn de diverse ooievaarsnesten rondom het fort. De binnenkant van het fort is verder verfraaid met een tuin vol rozen en fruitbomen.

De sinasappel komt oorspronkelijk uit China en werd voor het eerst door de Portugezen in de 15e eeuw naar Europa gebracht. De Nederlanders die de vrucht in de 18e eeuw in Europa verhandelden noemden de vrucht appel-sina, wat in de volksmond appelsien werd. In het Duits (apfelsin), Zweeds, Deens en Noors wordt de vrucht apelsin genoemd.

In het Portugees heet de sinasappel laranja, naar de oranje kleur. Deze benaming wordt in het Frans en Engels (orange) gebruikt en ook in Italië (arancia) en in het Spaans naranja. 
In andere talen wordt de naam voor de sinasappel naar de producent Portugal genoemd, Roemeens Portokali, Albanees portokall, in het Perzicht portequal, en Arabisch burtugal. 

In Portugal hangt in het voorjaar de heerlijke geur van de sinasappelbloessems, de bloesemvorming begint al als er nog sinaasappels aan de boom hangen.

Carvoeiro

Ook hier is weer veel gebouwd voor het toerisme, wel met charmante witte huisjes en een gezellig plein. Aan de mooie kaap ligt het gele strand met gekleurde bootjes en een ruime keuze aan restaurants en winkeltjes. Carvoeiro heeft alles wat een kustplaatsje voor toeristen aantrekkelijk maakt, vooral door de grillige, kleine strandjes in de diepte tussen de rotsen.  De bijzondere ligging op een rots geeft dit voormalige vissersdorpje een extraatje en is de reden dat het ook wel Monte Carvoeiro wordt genoemd.

Een aardig wandelingetje langs de ruige rotsen loopt via de 570 meterlange boardwalk. De route over deze houten vlonder start bij het witte kerkje Forte de Nossa Senhora da Encarnação waar ook de resten van een oud fort liggen. Het loopt door tot de grootste zeegrotten van de Algarve bij Algar Seco. 

Praia da Marinha & Percurso dos Sete Vales Suspensos

Waar ik erg naar uitgekeken heb is de Seven Hanging Valleys wandeling, wat in de reisgidsen het mooiste wandelpad van Europa wordt genoemd. Waar heb ik dat eerder gehoord? Dit soort beweringen neem ik altijd met een korreltje zout, Europa is groot en heeft meerdere mooie plekken. Maar mijn belangstelling is zeker gewekt en we willen deze prachtige kust met eigen ogen zowel vanaf land als vanaf zee gaan ervaren. Hopelijk zit een boottochtje langs deze kust er een dezer dagen ook nog in, maar nu gaan we wandelen.

Op dit pad worden we meegenomen over boven de zee hangende rotsformaties, vandaar ook de naam van de trail. Dat klinkt misschien spannend en gevaarlijk, maar dat is het niet. De Seven Hanging Valleys is namelijk een zeer toegankelijke wandeling met een totale lengte van ongeveer 6 km. 

De route loopt officieel gezien van Praia da Marinha naar Praia da Vale Centeanes en kun je gerust schilderachtig noemen met de fenomenale uitzichten. Bijzondere plekken die je onderweg zult tegenkomen zoals waanzinnige rotsformaties, mooie rotsstrandjes, zoals dat van Benagil met de bijzondere grot en andere fraaie baaitjes, maar ook de vuurtoren van Alfanzina . Bijna non-stop kijk je uit over de helderblauwe oceaan, je komt langs zeven kleine kustvalleien, je kijkt echt je ogen uit met de adembenemende uitzichten die je tegenkomt. 

Iets ten oosten van de vuurtoren van Alfanzina voor het strand van Centeanes Beach is er nog een laatste ‘hangende vallei’ waar je kunt uitrusten en vanaf houten vlonders op je gemak het fraaie uitzicht op je in kunt laten werken.

Je kunt op verschillende plekken aan deze wandeling beginnen, wij doen dat op Praia da Marinha en lopen dit prachtige pad tot de vuurtoren. Later willen we het laatste stukje nog lopen vanaf de andere kant bij Carvoeiro.

Door de eeuwen heen hebben de wind en de oceaan hier de steile kliffen, rotsformaties en de grotten gevormd. De kustlijn is doorsneden door 7 riviertjes vanuit het binnenland die door de tijd smalle valleien hebben gevormd. Zo zijn de ‘hangende valleien’ ontstaan waaraan de wandeling zijn naam te danken heeft: de kalkachtige kustlijn heeft zich in het verleden namelijk abrupt teruggetrokken waardoor de monding van deze riviertjes niet langer op zee niveau was, maar veel hoger in de rotsen, waardoor deze valleien, eigenlijk meer ‘plateautjes’ zo hoog gelegen zijn.

Benagil

Het kleine strandje Praia de Benagil ligt knus tussen de rotsen waar de betoverend mooie grot Algar de Benagil een ereplaats heeft. De natuur heeft hier een imposant, natuurlijk afdak gemaakt met wijds uitzicht op de oceaan. Het meest spectaculaire strand van de Algarve bevindt zich onder de rotsen, als het ware in grotten die zijn uitgesleten in de rotskust. De overkoepelende ruimte wordt niet voor niets de kathedraal genoemd die schittert op vele ansichtkaarten van de Algarve.

Deze koepelvormige grot is alleen via het water bereikbaar, de ingang is een klein gat in de zijkant van een klif. Deze enige toegang is namelijk aan zee en zelfs met laagtij is de waterstand nog te hoog om vanaf het strand de grot in te kunnen lopen. Sommige waaghalzen zwemmen naar de grot en dat is niet zonder risico, de stroming kan verraderlijk zijn.

Van bovenaf is er niet meer te zien van de grot dan het gat in het dak, helaas kun je niet helemaal naar beneden kijken tot op het strandje in de grot.

 

Lagoa

De naam ‘Lagoa’ heeft het stadje niet voor niets gekregen, het ligt op een heuvel en van oudsher aan een lagune. Die lagune is er niet meer, maar de karakteristieke sfeer met witgekalkte eeuwenoude huizen is gebleven en aangevuld met moderne gebouwen. Het is een typisch Portugees stadje waar we vooral regelmatig op de terminal de rodoviário te vinden zijn, omdat het busstation een knooppunt is voor dit deel van de Algarve. Lagoa heeft een busverbinding met een aantal van de mooiste stranden van de Algarve, zoals Benagil, Nossa Senhora da Rocha, Carvoeiro en Marinha, maar ook met Silves in het binnenland.

In afwachting van de volgende bus, hebben we nog even tijd voor een kort wandelingetje door Lagoa zelf met de witte kerk Igreja de Nossa Senhora da Luz en het daarnaast gelegen Convento de São José. Dat laatste gebouw is nu een cultureel centrum met tentoonstellingen van schilderkunst, fotografie en beeldhouwwerken.

Albufeira

We hebben al enkele nachten in de badplaats doorgebracht als uitgangspunt van onze tour door de Algarve, maar in Albufeira zelf zijn we nog niet veel verder gekomen dan de terminal rodiviário. Voordat we weer richting de luchthaven gaan voor onze terugvlucht morgen, willen we toch nog even het centrum in voor de lunch. 

Dit voormalige vissersdorpje werd door de Arabieren Al-Buhayra genoemd, dat 'kleine zee' betekent. Albufeira ligt in een brede, komvormige baai en dat zou de reden kunnen zijn voor de naam. Van oudsher is het een prefect gelegen vissersplaats die in tijden van de ontdekkingsreizen meelifte met de economie en floreerde, maar door de aardbeving van 1755 weer teruggeworpen werd in de realiteit.

Toen in de jaren '60 van de vorige eeuw Albufeira door het Buro van Toerisme van Portugal werd uitgekozen tot internationale badplaats, ging de ontwikkeling nog sneller. Er werd vanaf die tijd koortsachtig gebouwd: hotels, appartementen, huizen, golfbanene, tennisparken, bars, cafés, zwembaden, discotheken, winkelgalerijen, nachtclubs, resorts en hele nieuwe wijken en ga zo maar door. Deze bouwhonger heeft resultaat, want de stad word inderdaad door vele buitenlanders bezocht. Vele jongeren gaan in de stad volledig uit hun dak om daarmee hun eindexamen te vieren of te vergeten. Voor velen vormen de immer aanwezige zon, de brede stranden en het moderne toeristische vermaak de aantrekkelijke kanten van het stadje. Aan de bekende Strip met de talloze uitgaansgelegenheden voor het bruisende nachtleven wordt vooral in de zomermaanden flink gefeest.

 

Van het originele stadje is nog een klein centrum over, dat ook vooral ingericht is voor het toeristenvermaak. Voor ons zijn vooral de achterafstraatjes van het oude centrum wel aardig voor een wandelingetje en zien we dat er nog een aantal historische gebouwen bewaard zijn gebleven. Bijvoorbeeld de Igreja de São Sebastião en Igreja Sant'Ana, een paar mooie kerkjes. Nauwe straatjes in een hoefijzervorm, achter de plek waar vroeger het kruitmagazijn van het kasteel stond. Er rondomheen liggen weliswaar allerlei toeristenwinkeltjes, café's, hotels en appartementen, maar als je de smalle straatjes inslaat de andere richting op, maak je met een beetje geluk ook wel kennis met het ‘gewone’ leven. Hier kom je oude mannetjes tegen die hun winterjas allang uit de kast hebben gehaald. Zij laten zich niet gek maken door toeristen en gaan hun eigen gang.

Net als overal in Portugal zie je ook hier nog op sommige gevels van de witgekalkte huizen kleine schilderijtjes aan. Ze tonen afbeeldingen van de tijd dat Albufeira nog een kalm en vredig vissersdorp was.

 

Wat ik nergens nog gezien heb, is hier in Albufeira toch een van de voordelen van het massatoerisme; je kunt vanuit de stad met meerdere roltrappen naar het strand en er is zelfs een lift om het de toeristen zo gemakkelijk mogelijk te maken.

De kustlijn is toch al verpest met de betonnen hotelkolossen en appartementencomplexen, de lelijke lift tegen de kliffen kan er nog wel bij en is nu tevens een uitzichtpunt.

Wat in eerste instantie misschien niet heel aantrekkelijk klinkt, geeft wel een kijkje in het Portugese leven. Of liever gezegd, de Portugese dood. Op de ommuurde begraafplaats Cemitério Velho bij de haven, liggen rond de 800 graven. Van heel eenvoudig tot bijzondere kunstwerken. Daarmee is gelijk duidelijk hoe arm of rijk de familie in kwestie is. De begraafplaats is keurig onderhouden met planten en bloemen en ligt op loopafstand van het oude centrum. Een mooie laatste rustplaats voor de inwoners, dicht bij de geliefde zee.

Bijzonder in de straatjes van het oude centrum zijn de beschilderde elektriciteitskastjes. Niks geen saaie, grijze deuren meer, want ze zijn omgetoverd met mooie beschilderingen uit de geschiedenis van Albufeira. Een lokale kunstenaar heeft ze in opdracht van de gemeente gemaakt en mocht zo het straatbeeld wat opvrolijken. En dat is goed gelukt.

Faro

De laatste middag voor onze terugvlucht naar Eindhoven maken we nog een stadswandelingetje door Faro, de grootste stad van de Algarve en misschien ook wel de levendigste. Wel zonder een gezellige boulevard langs de zee, want hier loopt een treinspoor langs het water. Het is ook een komen en gaan van laag overvliegende vliegtuigen.

Dankzij de vele studenten en omdat de stad buiten de platgetreden toeristenpaden ligt is het veel meer Portugees dan de andere plaatsen waar we waren.

Hier en daar is de lucht gevuld met het klepperen van de ooievaars die op de torentjes nestelen en in de lucht zweven. Volgens oude volksverhalen brengen de ooievaars geluk en warm weer. 

 

Bij mijn eerste bezoek aan de Algarve in 2001 was ik al flink onder de indruk van de spectaculaire rotskust. Vaak is het zo dat een tweede keer dan alleen maar tegen kan vallen. Maar niets is minder waar in dit geval. We konden geen genoeg krijgen van deze natuurwonderen. De rotsalga

Alhoewel we dus zeker niet (alleen) voor zon, zee en strand in de Algarve waren, is het altijd heerlijk om van de prachtige landschappen te kunnen genieten onder een stralend blauwe lucht met een mooi herfstzonnetje erbij. Zoals voor zovelen, was voor ons de vaak aanwezige zon ook een belangrijk element om te kiezen voor de Algarve. Maar niets is zo onvoorspelbaar als het weer, ook in de Algarve is het winter en dat betekent daar echt wel kans op regen en bewolking. Zonzekere dagen zijn hier in de winter echt niet gegarandeerd en daarvan waren we ons zeker bewust. Het weer was vergelijkbaar met een doorsnee week in de Brabantse zomer en dat is toch zeker niet onaangenaam voor eind november! Heerlijk om dan nog even rond te struinen op slippers en in een t-shirt met korte mouwen.

Gelukkig is er (veel) meer in de Algarve te beleven dan een strandvakantie. Genieten van de prachtige kustlijn hebben we absoluut gedaan, niet langruit op een strandstoel maar vanaf de prachtige wandelpaden en op zee in een bootje. Met daarbij de stadjes om door de smalle straatjes van het oude centrum te slenteren en op het pleintje bij de kerk een terrasje te pikken.